KARELTJE EN SJONNIE OP VAKANTIE

Kareltje en Sjonnie op vakantie is het vervolg op het succesvolle Kareltje en Sjonnie. Ze gaan op reis naar o.a. Spanje en Italië en in elk land komen ze maffe, vrolijke of gekke dieren tegen. Het mooie: wat er ook gebeurt, het loopt altijd goed af.
Het leukste luisterboek dat ook de ouders maar niet gaat vervelen.

Bedacht, geschreven en gezongen door Job Schuring. De illustraties in het boekje zijn van Eva Poppink. De muziek is van Paul Hock en Ronald Schmitz.


download de liedjes van deze CD:
bestel de CD met boekje:
  • LIEDJES
  • HELE LIEDJES
  • TEKSTEN

LuistervoorbeeldenArtiesttijdluister
01.Kareltje en SjonnieJob Schuring01:00
02.Jacqueline de gansJob Schuring01:00
03.Paolo de molJob Schuring01:00
04.Jan de slakJob Schuring01:00
05.James het schaapJob Schuring01:00
06.Knut de uilJob Schuring01:00
07.Jurgen de sint-bernardshondJob Schuring01:00
08.Biggetje SebastiaanJob Schuring01:00
09.José de stierJob Schuring01:00
10.Kareltje en SjonnieJob Schuring01:00
11.Kareltje en Sjonnie - KaraokeJob Schuring01:00
LuistervoorbeeldenArtiesttijdluister
03.Paolo de molJob Schuring05:08
08.Biggetje SebastiaanJob Schuring04:27
LuistervoorbeeldenArtiesttijdSong Text
01.Kareltje en SjonnieJob Schuring

 

Kareltje en Sjonnie

Kareltje de hamster en Sjonnie de giraffe

Zijn als echte vriendjes voor elkaar geboren

Als Kareltje: hé, Sjonnie! roept, rent Sjonnie op hem af

En dan moet je ze samen toch eens horen

 

Sjonnie is heel lang en groot, en Kareltje maar klein

Maar toch zouden ze nooit iets anders willen

Want als je echte vriendjes bent, dan is het juist heel fijn

Dat je samen bent en toch zo kunt verschillen

 

Refrein

Want Kareltje en Sjonnie zijn vrienden voor het leven

Zonder Kareltje geen Sjonnie, zonder hamster geen giraffe

Ze zijn altijd met z’n tweeën, altijd blij, altijd tevreeën

Zo gauw Kareltje: hé Sjonnie! roept, rent Sjonnie op hem af

Elke avond dan gebeurt er iets, maken ze weer wat mee

Elke avond weer wat anders, maar altijd met z’n twee

 

Als Kareltje een appel wil, een appel uit de boom

Klimt hij niet vanaf de stam zo naar de takken

Nee, Kareltje roept Sjonnie en die pakt ’m dan

En daarna laat hij zijn nek heel rustig zakken

Nee, dat Sjonnies nek zo lang is en Kareltje zo klein

Maakt ze niks uit, ze hebben het zelfs niet in de gaten

Het enige dat lastig is wanneer ze samen zijn

Is dat ze allebei wat harder moet praten

 

Refrein

 

Want elke avond als het donker is en de dierentuin is dicht

Gaan stiekem alle dierenhokken open

En als de sterren aan de hemel staan en de maan geeft haar licht

Dan zie je alle dieren buiten lopen

De olifant, de panter, de luipaard en de gnoe

Ja, geen enkel dier zit zich meer te vervelen

En Kareltje die rent zo gauw hij kan naar Sjonnie toe

En dan vraagt hij: Sjonnie, wil je met mij spelen?

 

Refrein

02.Jacqueline de gansJob Schuring

 

Jacqueline de gans

Op een ochtend liepen Kareltje en Sjonnie

Al keuvelend over het Franse platteland

Ze zagen druiven, gras en koren, een dorpje en een toren

En iedereen was vriendelijk en charmant

 

Wat zijn die Fransen aardig en wat zijn ze aldoor blij

Zei Sjonnie, en kijk daar: een Franse boer

In de verte reed een tractor en die kwam steeds dichterbij

En toen hij langsreed, riep de landbouwer: bonjour

 

Ja, ’t is werkelijk geweldig hoe die Fransen tegen ons doen

Zo diervriendelijk, het is vast typisch Frans

Je zou hier maar een eend zijn, een koe of een kalkoen

Wat een onzin! riep ineens een vette gans

 

De Fransen zijn verschrikkelijk, de Fransen zijn barbaren

Jullie hebben het toch echt niet goed gezien

Jullie zouden schrikken als jullie hier wat langer waren

En trouwens, tussen haakjes, mijn naam is Jacqueline

 

Maar Jacqueline, zei Kareltje, hoe kun je dat nou zeggen?

Wij krijgen zoveel aandacht en alle Fransen doen zo lief

Maar als je echt gelijk hebt, dan is dat uit te leggen

Dus vertel ons snel de reden, ja vertel ons hun motief

 

Alors, de reden dat ze aardig doen, dat is alleen maar schijn

Het gaat ze om heel wat anders moet je weten

Want terwijl ze naar je lachen en zo ‘diervriendelijk’ zijn,

Denken ze de hele tijd aan ETEN

 

Aan hoe je met spinazie smaakt

En hoelang moet je in de oven

Aan hoe je je met bloemkool maakt

En of je je kan stoven

Kunnen er ook uitjes bij

En valt je poot te kluiven

Hoe smaak je met brood erbij

En hoe sta je op een schaal met druiven

 

Dus die zogenaamde vriendelijkheid daar is echt niks van waar

Dus al die complimenten kun je zo vergeten

Op eentje na misschien, zei dikke Jacqueline

Het compliment: u bent om op te eten!

 

Kareltje en Sjonnie begonnen allebei te beven

Kijk, daar komt die boer weer en wat kijkt hij ons raar aan

Zeg ben ik nou gek, hij kijkt aldoor naar mijn nek

Hij denkt vast hoelang die in de soep moet gaan

 

Welnee, zei Kareltje, hij kijkt aldoor naar mij

Nog even en hij maakt gevulde hamster klaar

Ze renden weg zo hard ze konden en Jacqueline riep nog: wat zonde

’t Werd net gezellig, nou tot ziens et au revoir

03.Paolo de molJob Schuring05:08

 

Paolo de mol

Zeg Kareltje, ’k heb honger, ik heb zo’n zin in macaroni

Want we zijn nu in Italië en het is typisch Italiaans

En volgens tante Hetty is dat ook zo met spaghetti

Maar hoe zit het met paella? Paella is weer typisch Spaans!

 

Oh, wat weet u veel! zei een kleine mol, kijk dat heb ik met dieren

Van dieren weet ik alles, van de hoed tot aan de rand

En dat komt, niet gelogen, door mijn fantastisch goeie ogen

Zo is uw vriend een nijlpaard, en bent u een olifant

 

Een olifant? zei Sjonnie, een tikkeltje geschrokken

Een nijlpaard? zei Kareltje, een tikkeltje verbaasd

Oh nee, u bent een paard, en u een eekhoorn met een staart

Ja, ik heb dierenkennis hoor, ik zit er zelden naast

 

Hoewel nu ik wat beter kijk, lijkt u toch meer op een pony

En als ik heel goed observeer, bent u een krokodil

Ik weet het niet, zei Kareltje. Ik weet het niet, zei Sjonnie

Als hij goeie ogen heeft, dan zijn wij een mandril!

Hahaha! riep de kleine mol, laat me nog één keer kijken

Want echt, ik zie het prima, naar dieren kijken vind ik fijn

U begint nou toch wel heel erg op een koe te lijken

En wat een kleine tandjes? Ah, ik zie het: een konijn!

 

Kareltje en Sjonnie begonnen allebei te lachen

We zijn moe en hebben honger. Nou dag, molletje, tot kijk

Half uit grap, half uit verveling, zeiden ze: we zijn een Siamese tweeling

Waarop de kleine mol uitriep: verrek u heeft gelijk!

 

Ach natuurlijk, ja, ik zie het, u heeft precies dezelfde lengte

Precies hetzelfde uiterlijk, de ogen en het haar

En zoals ik net al zag, u heeft precies dezelfde lach

’t Is bijna onvoorstelbaar, maar wat lijkt u op elkaar!

 

Ik weet het niet, zei Kareltje. Ik weet het niet, zei Sjonnie

’t Is een lief klein molletje, maar wel een beetje maf

Zeg lieve kleine mol, het was een grapje, voor de lol

In het echt ben ik een hamster, en mijn vriend is een giraffe

 

Ja, nu zie ik het! zei de kleine mol, maar jullie mogen nooit meer liegen

Oké, en namen afscheid, ze stapten in en reden weg

De mol keek ze nog even na, volgens mij zie ik ze vliegen

Wat een wonderlijke dieren, maar wel leuk, wat ik je zeg

04.Jan de slakJob Schuring

 

Jan de slak

Op een ochtend zaten Kareltje en Sjonnie

Op een terrasje heerlijk aan een stuk gebak

De zon scheen, het weer was oh zo prachtig

Ineens hoorden ze een stem: ’k ben Jan dan de slak

 

Zeg, weten jullie hier misschien een woning

Kennen jullie hier een vrijstaand huis

Het is wat ongewoon, maar het ding waarin ik woon

Ja, daar voel ik me gewoon niet langer thuis

 

Dat is toch raar, zei Kareltje, een klein beetje verbaasd

Een slakkenhuis, dat lijkt mij juist zo fijn

In Frankrijk of Turkije, je hebt je huisje altijd bij je

Dat is wel zo, zei Jan de slak, maar het is mij veel te klein

 

Mijn huis heeft maar één kamer, maar ik wil er minstens tien

Ik wil een kamer waar een vriendje kan logeren

En ik wil er ook nog een voor mij helemaal alleen

En een kamer voor al mijn knuffelberen

 

En ik wil een kamer voor mijn zusje, een zwembad en een toren

Een kamer met een ballenbak, een kamer voor toneel

Nou, zei Sjonnie tegen Jan, het lijkt me zo te horen

Volgens mij wil jij geen slakkenhuis; je wilt een slakKASTEEL!

 

Inderdaad, zei Kareltje, ’k zou dat ook wel willen

Maar een kasteel is niet te tillen, want zoals ik je nu ken

Lijk je mij wel sterk, maar dit is ander werk

Maar Jan ik heb de oplossing: de slakkencaravan!

 

Wat geweldig! riep Jan, en ik hoef hem niet te dragen

Ik sleep hem gewoon achter me aan

Ik koop een trekhaak et voila, ik sluit hem aan en hop ik ga

Kareltje, wat een geweldig plan

 

De dag erna hoorden ze Jan heel vrolijk zingen

Hoera, ik heb een caravan met een ligbad en een gang

Een keuken, een tv, tien kamers, een wc

’t Gaat wel een beetje langzaam, maar dan duurt het lekker lang

 

Dag Kareltje, dag Sjonnie, tot ziens hoor, nou dag heren

Geweldig hoor zo’n caravan, alleen lastig inparkeren

05.James het schaapJob Schuring

 

James het schaap

Op een dag wandelden Kareltje en Sjonnie

Met zijn tweeën langs een hele stille weg

Ze liepen aan de linkerkant, want het was in Engeland

Ze aten allebei een muffin met wat honing als beleg

 

Ze zagen heuvels, kleine meertjes, en al het gras was groen

Ze zagen tuinen vol prachtige seringen

Ze gingen zitten op een hek, maar hé en dat was gek

Plots hoorden ze een kudde schapen zingen

 

We are the champions

We are the champions

 

Kareltje en Sjonnie waren diep onder de indruk

Wat prachtig, dat geblaat en dat geblèr

Toen nam James het schaap het woord: ja, u heeft me goed gehoord

In Engeland zijn wij inderdaad bijzonder populair

 

Natuurlijk zijn hier paarden, zijn er koeien

Hebben mensen thuis een poes, een kip of haan

Maar ik zeg het echt recht voor zijn raap: eigenlijk telt alleen het schaap

Als het om dieren gaat, staan wij in Engeland altijd bovenaan

 

Want u moet weten, hier zijn wedstrijden die elk jaar worden gehouden

Heel belangrijk en ieder schaap doet er aan mee

Vorig jaar waren wij knudde, maar dit jaar won onze kudde

En wonnen wij een prachtige trofee

En waren wij drie dagen elke dag op de tv

 

Ja, dit jaar hebben wij hem dus gewonnen

Hoezo wij, woef? blafte een hondje, wat ontdaan

Hij had een prachtig mooie vacht, en hij snikte, snikte zacht

Zijn jullie soms vergeten dat ik ook heb meegedaan?

 

Ik heb jullie opgejaagd, zodat jullie gingen rennen

Ik heb jullie opgejaagd, dus bleef de kudde bij mekaar

Ik heb jullie opgejaagd, dat valt niet te ontkennen

Ik heb jullie toch geholpen of ben ik een leugenaar?

Toen riepen alle schapen: ja, het spijt ons echt, ’t is waar!

 

Zonder jou hadden wij echt nooit gewonnen

Zonder jou hadden wij nu niet een feest

Zonder jou waren er geen slingers en ballonnen

Je bent de allerbeste herdershond die er ooit is geweest

 

Kareltje keek Sjonnie aan en zei met natte ogen:

Volgens mij heeft deze herdershond nu de schaapjes op het droge

06.Knut de uilJob Schuring

 

Knut de uil

Zeg Sjonnie, vind jij het ook zo fijn hier in het mooie Zweden

Al die schitterende meren, in de verte wolfgehuil

Al die bossen, al die bomen, ik zou hier zo terug willen komen

Ik wou dat ik dat zeggen kon, hoorden ze een kleine uil

 

Ze keken om en in een naaldboom zat een lief, een heel lief uiltje

Het keek stilletjes voor zich uit met grote ogen vol verdriet

Langs zijn snaveltje een traan, en hij keek ze beiden aan:

Hier in het grote uilenbos willen ze ons niet

 

Mijn pappa niet, mijn mamma niet en mijn grote zusje niet

Alle ándere dieren om ons heen vinden ons stom

Ze vinden ons maar raar, ze doen onvriendelijk en naar

Kareltje keek Sjonnie aan en vroeg toen: maar waarom?

 

Kijk in het grote uilenbos gelden hele vaste regels

Een duifje hoort roekoe te doen, en de boseend zwemt en kwaakt

En de vogel hoort te fluiten en het zwijn is altijd buiten

En de uil is heel verstandig… want de uil is wijsgemaakt

 

De uil is knap en heeft een bril, de uil kan heel goed rekenen

De uil kan heel mooi schrijven en de uil is goed in taal

 

Maar mijn mamma en mijn zusje kunnen alleen maar heel mooi tekenen

En pappa speelt viool, die is alleen maar muzikaal

 

En ik kan heel mooi zingen, zingen doe ik het allerliefst

Als ik groot ben wil ik heel graag naar de dierenzangschool toe

Maar als ik dat de dieren zeg, roepen ze: zeg scheer je weg

Een uil gaat naar de uilenschool, en zingt alleen: oehoe!

 

Maar gelukkig zijn mijn mamma en mijn pappa lief en aardig

En zegt mijn zusje vaak: ách trek het je niet aan

Laat ze praten alle dieren, wij zijn gelukkig met z’n vieren

Langs Knut zijn kleine snaveltje droop opnieuw een natte traan

 

Maar deze was van blijdschap en zijn ogen werden groter

Want zijn pappa kwam en nam zijn zoontje mee

Knut begon te gapen, pappa zei: je moet snel slapen

En hij stribbelde nog tegen, maar zei toen lief en zacht: oké

 

Ik ga heel erg lekker dromen met mijn kleine oogjes dicht

Ooit zullen alle dieren ons snappen

Dat, we zijn misschien niet knap, we het toch fijn hebben, hè pap

Nou welterusten, ik ga nu een uiltje knappen

07.Jurgen de sint-bernardshondJob Schuring

 

Jurgen de sint-bernhardshond

Op een ochtend liepen Kareltje en Sjonnie

Op een hoge berg in het koude Zwitserland

Ze zagen skiën, bobslee, rodelen en alle dieren jodelen

Wel vals en heel erg door mekaar, maar dat was ook wel weer charmant

Wat gezellig! riepen Kareltje en Sjonnie

 

Hoezo gezellig? Wat is dat voor lariekoek?

We doen dit niet voor ons plezier, nee het is een toestand hier

Onze Jurgen is verdwenen en we zijn naar hem op zoek´

 

Maar wie is dat dan? vroeg Kareltje nieuwsgierig

We kunnen helpen, maar hoe ziet Jurgen er dan uit?

Ludwig steenbok zei terstond: Jurgen is sint-bernardshond

Zo’n joekel op vier poten, maar met een heel lief stemgeluid

 

We kunnen hem in Zwitserland niet missen

Bij een sneeuwstorm of lawine of wat ook voor gevaar

Moeten wij ons snel verschansen, dan is daar Jurgen ambulance

Met een slokje uit zijn kruikje staat hij altijd voor ons klaar

 

Maar ineens hoorden ze zacht van uit de verte:

Olé, olé, olé, olé, edelweiss, edelweiss

 

Dat is Jurgen! riep Ludwig half geschrokken

Hij is weer terug, maar wat doet hij vreemd en raar

Dat eigenaardige gemompel en kijk naar zijn gestrompel

Dan weer vallen, dan weer opstaan, het is niet goed, da’s zonneklaar

 

Maar Jurgen de sint-bernardshond moest er niks van weten

Ik voel me prima en ik heb in tijden niet zo’n leuke dag gehad

Kijk wat er nou precies gebeurd is, ben ik weer vergeten

Maar ik hoefde niet te redden en toch is er altijd wat

 

Want ik verveelde me en ging er dus bij zitten

Maar kreeg het steeds kouder in mijn tenen en mijn buik

En die kou die ging maar verder, totdat ik dacht: ik ben een redder

En ga mezelf dus redden! En nam een slokje uit de kruik

 

En daarna nog wat slokjes en toen kon ik niet meer lopen

Dus ik ben ontzettend blij dat ik weer bij jullie ben

Nu ik jullie weer zie roep ik: jodelahietie

want ik ben dan wel wat dronken, maar ik blijf een gentleman

 

Kareltje en Sjonnie brachten Jurgen naar zijn kamer

Ga maar slapen Jur, je bent vast heel erg moe

Maar ik heb één vast gebruik: een warme kruik!

Nou ik ga slapen hoor! en hij deed zijn oogjes toe

Snurk snurk, jodelahietie.

 

 

08.Biggetje SebastiaanJob Schuring04:27

 

Biggetje Sebastiaan

Op een ochtend reden Kareltje en Sjonnie

Met hun auto langs de Moezel en de Rijn

En met kleine tussenpozen zagen ze varkens in lederhosen

Sjonnie zei: nou dan moet dit Duitsland zijn

 

Ja, dat is waar, riep een varken vanuit de verte

Is het hier niet netjes en niet schoon

Want zeg nou zelf, ja zeg eens eerlijk: is het hier niet heerlijk

Ik ben blij dat ik hier als varken woon

 

En wij ook! riepen al zijn broers en zussen

Parmantig met vooruitgestoken kin

Maar helemaal achteraan stond het biggetje Sebastiaan

De kleinste en de jongste van het gezin

 

Nee, wij hebben hier in Duitsland niks te klagen

Zongen de varkens en hun humeur was opperbest

Hier geen modder en geen slijk, nee in het hele dierenrijk

Heeft een varken het in Duitsland echt het best

 

Onze krulstaart altijd schoon, onze haren altijd netjes

En onze kamer altijd opgeruimd, riepen de varkens zelfvoldaan

 

Op onze kleren nooit een vlek, nooit viezigheid of drek

Behalve dan

Behalve dan

Bij Sebastiaan

 

Want Sebastiaan is altijd vies en smerig

’t Is een varken, ’t is een smeerpoets, ’t is een zwijn

En hoe vaak we het ook proberen, hij heeft altijd vieze kleren

Ja, maar wroeten in de aarde vind ik fijn

 

Zei het vakentje Sebastiaan, en ook modder vind ik heerlijk

En rollen in de blubber, en een krulstaart zonder krul

Lekker graven met mijn snuit en het geeft zo’n fijn geluid

Een varkentje hoort schoon te zijn en de rest is flauwekul!

 

En je bent dan wel de jongste en je bent dan nog wel klein

Maar je zult je toch aan ons aan moeten passen

Alle varkens hier in Duitsland moeten schoon en netjes zijn

Dus Sebastiaan ga je maar snel wassen

 

Nee! gilde Sebastiaan, ik wil vies zijn, vuil en stoffig

En ik wil geen lederhosen en ik wil geen kleren aan

Dat staat stom, dat staat bezopen, en hij zette het op een lopen

En al zijn broers en zussen renden achter hem aan

 

Maar ze konden hem niet pakken, want Sebastiaan kon rennen!

Wat ze ook probeerden, hij was iedereen de baas

Kareltje keek Sjonnie aan en zei: ’t is even wennen

Maar volgens mij is hij geen varkentje, hij is een varkensHAAS

 

En Sebastiaan moest lachen en zei met veel geknor

Mij halen ze niet in (knor knor), ja dat zit wel snor!

09.José de stierJob Schuring

 

José de stier

Op een avond zaten Kareltje en Sjonnie

Op een Spaans terras gezellig met z’n twee

Aan een tafeltje ernaast zat Juan de pony

Samen met een zekere José

 

Sjonnie werd nieuwsgierig en vroeg verlegen

Meneer José, wat bent u voor een dier?

Nog nooit heeft iemand mij zo boos gekregen,

brieste het beest: ik meneer, ik ben een STIER!

 

De stier het allerbeste beest van Spanje

De stier, charmant en knap en nooit gemeen

Als je heel goed om je heen kijkt, nou dan kan je

wel geloven, dat de Spanjaard roept: de stier is nummer één!

 

Maar wat doet u dan? vroeg Kareltje koelbloedig

Maar hij had zijn zin nog nauwelijks gezegd

of José keek hem aan en riep vol trots en eigenwaan:

Ik ben beroemd omdat ik vecht!

 

Elke zaterdag in een overvolle arena

Staat in de piste een man met theedoek en een snor

 

En die gaat voor me staan staan, en val ik hem dus aan

En alle mensen roepen dan toreador!

 

Daarna pak ik hem soepel op mijn horens

En ik zwiep hem een, twee, drie het stadion uit

En dan ben ik alweer klaar, ik doe dit al zo’n twintig jaar

Maar nog even en dan schei ik er mee uit

 

Want eigenlijk zou ik liever willen spelen

Net als jullie in een park of een plantsoen

Dat ik mijn vriendjes dan hoor zeggen: kom we gaan zakdoekje leggen

Nou, zei Sjonnie, dat kunnen we ook wel doen

 

Uit de rugzak pakte Kareltje een zakdoek

Legde hem op de tafel naast het brood

Maar opeens ging José staan, en Juan die keek hen aan

En gilde zachtjes: oh, de zakdoek, die is rood

 

José begon te stampen en te briezen

En Sjonnie zei nog: ach José, ’t is maar een spel

Het is niet erg om met een zakdoek te verliezen

En als er eentje slim is dan ben jij het wel

 

Maar José, hij pakte beiden op zijn horens

En lanceerde ze als een echte katapult

Toen ze landden tussen de struiken en de dorens

Zei Sjonnie somber: nee José, heeft geen geduld

 

Wat onsportief en wat een arrogantie

Nee, naar Spanje gaan we nooit meer op vakantie!

RECENSIES  |  DISCLAIMER  |  HELP copyright 2010