
WILLEMIJN DE POES
op een avond hoorden kareltje en sjonnie
vanuit de verte hendrik-jan de krokodil
want als hij boos was of geërgerd nou dan kon ie hard
praten!
en dan werd het niet meer stil
hendrik-jan de krokodil was niet echt aardig
hij deed zijn best wel maar hij was niet sympathiek
hij was vreemd en een beetje eigenaardig
hij deed zo uit de hoogte en zo sjiek
nu ook weer
hij stond daar maar te praten
maar tegen wie konden ze niet zo goed verstaan
dus ze kwamen dichterbij en toen hoorden ze dat hij zei:
u hoort hier niet, u zult weer moeten gaan
een dierentuin is voor bijzondere dieren
en u mevrouw bent maar gewoon een poes
dus ik zou zeggen: ga maar gauw, tot ziens ja dag mevrouw
hier horen nijlpaarden, hyena’s en kangoeroes
het poesje zei: maar ik kwam alleen maar even kijken
gewoon gezellig als dieren onder mekaar
ik zag net deze plek en dus kroop ik door het hek
meneer de krokodil dat is toch niet zo raar
dat is het wel, sprak hendrik-jan heel verontwaardigd
zeg wat denkt u wel het is hier geen asiel
en hebt u ‘t niet gehoord? ík was hier aan ‘t woord
dus het zou fijn zijn als u mij niet in de rede viel
en bovendien bent u hier ook niet uitgenodigd
u komt zomaar ongevraagd hier op bezoek
zeg hebt u wel fatsoen, stel dat wij dat zouden doen
neem van mij maar aan dan was het einde zoek
stel u voor zeg, wij komen met z’n allen
eens een avondje gezellig bij u thuis
ik hoor al het gegil: o daar loopt een krokodil!
en kijk een nijlpaard op ’t gasfornuis
hé zie je die gorilla’s daar op zolder
hé zie je die kameel op de wc
hé kijk eens zie je dat, er zwemt een olifant in bad
en in de schemerlamp daar zit een chimpansee
nee ik denk niet dat dat een succes zou wezen
net zo min als dat u hier nu bent
ieder heeft zijn eigen plek en die van u is bij het hek
althans niet hier, dat lijkt me evident
het poesje zei: nou ja meneer dan ga ik
en verdrietig wilde zij naar huis toe gaan
maar kareltje zei: hé poesje kom maar met ons mee
laat hem maar praten hoor en trek het je niet aan
en voorzichtig kwam het poesje bij hen zitten
eerst wat verlegen maar dat veranderde al gauw
want nadat sjonnie had gezegd: lieve poes we menen
het echt
jij hoort ook hier, zei het poesje zachtjes: miauw
en alle dieren wisten wat de poes miauwde
van de bever en het hert tot de mandril
dus ze riepen allemaal in hun eigen dierentaal:
je hebt gelijk hoor, ‘t is een stomme krokodil!